Historie van de wijk

Welkomsttoespraak door Frans van der Linden (Openings-comité)

Geachte aanwezigen,

Namens het openingscomité heet ik u allen hartelijk welkom op deze (zonnige) dag, in het bijzonder: de familie Beerman, de familie Hendriks, de familie Marcusse, de familie Oolbekkink, de Burgemeester, Mevrouw Dales, de plaatsvervangend korpschef van de Nijmeegse Politie, commissaris Visser, en alle overige genodigden.

Het is vandaag een bijzondere dag, waar ieder voor zich lang naar toe heeft geleefd.

Ten eerste hebben we vandaag de feestelijke, officiële opening van onze wijk, met muziek van de Nijmeegse Politie Kapel. En het is in meerdere opzichten een buitengewone wijk geworden: niet alleen door de besloten ligging, waardoor het bijna als vanzelf iets gezelligs kreeg, maar ook door de bouwkundige variaties aan en bouwtechnische verrassingen in de huizen. Deze stramien-doorbrekende variaties worden geleidelijk aan nog eens verder benadrukt door persoonlijke kleurschakeringen aan deuren en kozijnen.

Onze wijk is gebouwd op een stuk grond, waar in het verleden de boerderij De Vaele Baard heeft gestaan, een naam die thans terug te vinden is in de naam van onze bewonersvereniging. Andere voorgangers op dit stukje grond zijn geweest de wielerbaan, de bij Nijmegenaren bekende Robinson Schoenfabriek en tenslotte de Sociale Werkplaats Valkenburg. Details over deze historie kunt u lezen in het programmaboekje.

Maar we hebben vandaag ook nog met een ander stukje historie te maken. Toen wij, alweer een half jaar geleden, voor het eerst bij elkaar kwamen om ons te ver
diepen in de invulling van deze dag, waren wij het er snel over eens dat we, naast de openingsfestiviteiten voor onze wijk, ook stil wilden staan bij de geschiedenis van de straatnaamgevers.

Vandaar dat we vandaag een tweeledig programma hebben: feest vanwege de opening van een nieuwe woonwijk, en als tweede programma-onderdeel is er een bezinning op gebeurtenissen uit een tijd, die achter ons ligt, en waarvan we hopen, dat die zich niet meer zal herhalen.

Tijdens de voorbereidingen voor deze ochtend heeft Ceciel Rutten, lid van ons comité en voor ons de grote stimulerende kracht, de vele kontakten gelegd naar de verschillende personen en instanties. Daarom geef ik thans haar het woord om de diverse sprekers aan u voor te stellen.

Ik wens u allen, genodigden en wijkbewoners, een sfeervolle bijeenkomst toe. Ik dank u voor uw aandacht.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-

Toespraak door dhr. Meijknecht, architect

Geachte genodigden en buurtbewoners,

Zoals Ceciel daarnet al heeft benadrukt, de architect van deze wijk, Wim Rodenburg, is onlangs overleden. Dat is gebeurd in november 1984 en op dat moment werkte ik nog maar kort op zijn bureau. De ontwikkeling van het architectonisch en stedenbouwkundig plan van deze wijk was toen eigenlijk al vastgelegd. Het is zijn laatste werk van enige omvang geweest. Graag wil ik u iets van de ontwikkelingsgang schetsen.

Het WNO-terrein [= Werkvoorzieningsschap Nijmegen en Omstreken], het vroegere Robinson-terrein, kwam voor woningbouw beschikbaar en het bleek door zijn bijzondere vorm om een wat afwijkende aanpak te vragen. Het was een in zich zelf gekeerd, nagenoeg vierkant gebied, dat niet door andere woonwijken werd geflankeerd, en waarvan de bebouwing ook niet zou worden beïnvloed door de bestaande woonbebouwing in de omgeving. Er was slechts één hoofdontsluiting, op een hoek, die de beslotenheid nog eens extra benadrukte. Verder is het gebied omsloten door een oplopend gebied, door zijn hoogte ontoegankelijk. Het achterliggende militair terrein en woningbouw aan de west- en noordzijde omgrenzen het.

Toen Wim Rodenburg de opdracht kreeg tot invulling lagen enkele uitgangspunten vast. De categorie woningen, waarin het Gemeentelijk beleid voor dit gebied voorzag, vroeg om een niet al te hoge grondprijs om de stichtingskosten binnen de premiegrens te houden. Dat betekende een grote woningdichtheid. De hoekontsluiting indiceerde een diagonale benadering. In overleg en in samenwerking met de stedenbouwkundige van de Gemeente Nijmegen, de heer Ballegoijen, die nu gepensioneerd is, is het compacte dorp ontstaan dat nu voor u ligt. [lees: krap bemeten, zowel qua straatbreedte en ontbreken van trottoirs buiten, als smalle trappen, hal en overloop slechts deurbreed],

Op dit paneel ziet u een tweetal schetsen waarvan de onderste een van de eerste aanzetten is om greep te krijgen op het terrein. De bovenste schets laat in feite al duidelijk zien de stedenbouwkundige lay-out zoals die uiteindelijk gerealiseerd is. Deze schetsen zijn, in overleg met de heer Ballegoijen, door Wim Rodenburg gemaakt. Toen is, door de diagonale ontsluiting, die eigenlijk als vanzelf in dit plan is ontstaan, de axiale werking naar het hoogtepunt – in het terrein ook het hoogtepunt – en de schillen die stedenbouwkundig zijn gemaakt en die door een dwarsweg worden doorlopen, het begrip ”Japans dorp” geboren. Waarom Japans? In een Japans dorp zijn de woningen, de neringen, de winkels, vaak kringsgewijze gegroepeerd rondom een tempel. Nu kunnen we hier niet spreken over winkels en neringen, wel over woningen, en tempel is misschien een wat hoog gegrepen woord voor de beëindiging die we hier hebben, doch in zijn vorm [= “dorpspleintje met berg en speelhuisje] heeft het heel duidelijk associaties daarmee.

De diagonaal is in het oorspronkelijke ontwerp, als doorgang naar het hoogtepunt, overkluisd door een tweetal poortwoningen om het doorgangskarakter en de axiale werking nog eens extra te benadrukken. Daarvan is er een gesneuveld, maar de andere is toch nog overeind gebleven en die heeft een heel sterke werking in de vorm van deze wijk. En dan het heiligdom ….. nou ja, …..

Met dat hoogtepunt hebben we grootse plannen gehad. Een schuil-, speel-, klim-, obelisk-achtig object of een wigwam, dat door alle leeftijden heen functies zou kunnen houden en een logisch ontmoetingspunt zou zijn, niet alleen voor moeders met kleine kinderen, maar voor alle leeftijdsgroepen. Zoals het er nu staat, is het toch nog een bouwwerk dat een schuil- en speelfunctie heeft en ik hoop dat het ook voor langere tijd in die behoefte kan blijven voorzien.

Voor het overige is het ontwerp van de heren Rodenburg en Ballegoijen tot uitvoering gebracht, zij het met een voor stedenbouwkundigen wat ongewisse ontwikkeling: wel of geen zolderverdieping, wel of geen uitbouw aan de achterzijde, de plaats van schuin voor of schuin achter, het zijn allemaal kleine wijzigingen op een oorspronkelijk strak stramien, die de starheid van een anders misschien al te dogmatisch uitgangspunt wat hebben doorbroken.

En met het omwaaien van mijn paneel eindig ik dan maar mijn verhaal.

=-=-=-=-=-=-=-

Toespraak door Aannemer dhr. Ton Gerritzen van NBC ter gelegenheid van de overdracht van het speelhuisje op de dag van de officiële opening van de wijk.

Geachte genodigden, dames en heren,

Ik geloof dat we er misschien verstandig aan gedaan hadden om van te voren ruggespraak te houden, de heer Meijknecht en ik, want hij heeft wat gras voor mijn voeten weggemaaid. Toch even, heel in het kort – gezien de korte tijd die staat om te komen tot de onthulling van het speeltoestel – een paar puntjes, lees: historie.

Begin 1984, dus nu alweer een flinke tijd geleden, zijn de eerste contacten met de Gemeente Nijmegen geweest ten aanzien van de ontwikkeling van dit terrein. Half juni 1984, toch nog wel een half jaar later, zijn de eerste bouwteam-besprekingen met diensten van de Gemeente opgestart en dat heeft geresulteerd in de start van de bouw in augustus 1985. De laatste woning, in feite mag je het zo zeggen, is opgeleverd pas enkele weken geleden en dat is de rechterhoekwoning aan het begin van dit wijkje. Van de voorbereiding tot de dag van vandaag zijn inmiddels drie en een half tot vier jaar verstreken.

Het is misschien wel even interessant om dit toch te memoreren: het is niet zo dat hier gestart wordt, gebouwd wordt en gewoond wordt; daar gaat veel aan vooraf: honderden personen en instanties zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling en bij de daadwerkelijke uitvoering van deze wijk, deze 70 woningen [Ter verduidelijking: 70 huizen in vier straten. De vijfde straat, met nog eens 11 woningen, is opgeleverd 20 jaar later, in 2006, nadat de aangrenzende grond beschikbaar kwam na verkoop door de eigenaars van het voormalig tuinbedrijf]. En ik kan u verzekeren, zo dat nog niet bekend zou zijn, dat de coördinatie daarvan een zeer, zeer complexe zaak is. Een en ander heeft geresulteerd toch, dunkt mij, in een uniek project – waar de heer Meijknecht al het een en ander van zei – waar toch 70 families en/of personen hun stekje gevonden hebben. De variatie van bewoners, om het zo maar eens te zeggen: van Godgeleerde tot elektromonteur, van Gemeenteambtenaar tot verpleegster, voor 70 families zijn de wensen in feite in 70 min of meer verschillende woningen vertaald, en ook gerealiseerd. En dat is, dat kan ik u verzekeren, op zich een unieke zaak. [Ter verduidelijking: Men kon niet alleen kiezen tussen 2 hoog, of drie hoog / een korte of lange huiskamer / op een lange huiskamer een plat dak met enkel grind en een raam in de achterwand of: een volwaardig balkon met balkondeur / 2 of 3 kamers op de 1e etage / één grote zolderruimte of: een overloop met 2 gelijke kamers of: een overloop met één grote en één kleine kamer. Naast de keuze voor de “hardware” van het huis had men óók vrije keuze in welke tegels in entree en in toilet beneden. De aannemer had voor de administratie, bestelling, coördinatie van aflevering van de juiste tegels in het juiste huis een fulltime werknemer in dienst].

De afronding van deze wijk, (wat u hier achter mij ziet), heeft misschien nog wel de meeste voeten in aarde gehad. Vanaf het begin, lees begin 1984, is er sprake geweest van: “daar moet iets mee gebeuren, dat is een dode hoek in de wijk, daar kunnen geen woningen gerealiseerd worden, dat schreeuwt om een afronding”. Vervolgens zijn er kreten gelanceerd en intenties geweest om: een thee-huisje te realiseren, een wigwam, een muziektent, een piramide, een kunstwerk, kortom: allerhande variaties voor de afronding van deze bult zijn de revue gepasseerd en toen we in begin juli 1986 moesten constateren dat er in september een officiële opening was van deze wijk en er nog niets gecreëerd was op deze bult, hebben een aantal mensen, met name het comité van de feestelijkheden, de koppen bij elkaar gestoken, en ik dacht te mogen zeggen dat het voornamelijk [alléén!] dames waren, en hebben gezegd, onder andere tegen mij: “Wat er gebeurt gebeurt er, maar er moet op 12 september iets staan. En het is allemaal leuk en aardig wat er bedacht is, maar wij vinden dat allemaal niet functioneel – ik vertaal het even vrij – wij vinden dat het iets voor de kinderen van de wijk moet zijn en dat zal dus moeten resulteren in een speeltoestel”. Toen werd het eerst moeilijk, omdat men in die voorbereiding mij bij herhaling in het oor gefluisterd had, bij de Gemeente met name, dat alles in principe mogelijk was, als het maar geen speeltoestel was ! Wij zijn met de boodschap van het comité, lees 10 dames – of het er precies 10 zijn geweest, weet ik niet meer, maar zo is het gesteld – naar de Gemeente gestapt, naar de desbetreffende dienst, en hebben daar gezegd: “Kijk eens hier, dat is de bedoeling van de bewoners van de wijk, en dat doe je of dat doe je niet, even goede vrienden, maar realiseer je wel, dat wanneer het niet zal gebeuren, er over een uur hier 10 dames op de stoep staan”. En zowaar, in een halve dag is dit speeltoestel er doorheen gekomen. En dat is op zich ook weer, dat kan ik u verzekeren, een zéér uniek gebeuren.

Het is dan ook met heel veel plezier dat wij dit speeltoestel aan de kinderen van de bewoners van de wijk kunnen overdragen en ik hoop dat niet alleen de kinderen maar ook de bewoners zelf er veel genoegen aan zullen beleven.

=-=-=-=-=-=-=-=-=

Overgangswoord door Ceciel Rutten tussen 1e (feest-) en 2e (herdenkings-) gedeelte van het ochtend-programma.

Zoals Frans van der Linden bij het begin al gezegd heeft, hebben we vandaag een tweeledig programma. Zojuist hebben we onze wijk officieel in gebruik genomen. Een wijk, waar wij allemaal in vrijheid leven. Doorgaans vinden wij de vrijheid, die wij hebben, heel gewoon en vanzelfsprekend: we wonen en werken waar we willen, schrijven en geloven wat we willen.

Volgende week 17 september is het 43 jaar geleden dat Nijmegen bevrijd werd. De vrijheid, die wij vandaag vanzelfsprekend vinden, werd ons toen terug gegeven. De strijd tegen de bezetter werd o.a. gevoerd door mensen in het verzet. Voor de buitenwereld leefden zij een normaal, dagelijks leven, maar heimelijk waren zij actief, ook al wisten zij, dat zij daardoor grote risico’s liepen.

In de vroege morgen van 6 juni 1944, toen de geallieerden landden op de stranden van Normandië, en ónze vrijheid begon te dagen, verloren vier Nijmeegse Politiemannen hun leven.

Met het vernoemen van 4 straten naar deze vier mensen heeft de Nijmeegse Gemeenteraad hen willen eren. De bewoners van deze 4 straten hebben, in aansluiting daarop, gestreefd naar de totstandkoming van een toepasselijk symbool wat staat voor hetgeen zij deden: bij de bescherming van het leven van anderen gingen zij zelf ten onder.

[Verduidelijking: Volgens een legende pikt de moederpelikaan in haar eigen borst als haar kroost honger en/of dorst lijdt om hen te voeden. Bij de bescherming van hun leven gaat zij zelf ten onder. Ook de politie is aangesteld ter bescherming. Bij de uitoefening daarvan betaalden zij met hun leven].

Muzikaal overgangs-intermezzo door Nijmeegse Politie Harmonie

 

Voor de gebeurtenissen, die de basis vormden voor deze herdenking, mag ik thans het woord geven aan plaats-
vervangend korpschef van de Gemeente Politie, commissaris Visser.

 

Toespraak door Plaatsvervangend Politie Commissaris Visser

Geachte aanwezigen,

Allereerst wil ik het wijkcomité bedanken dat ik, samen met de familieleden van de gevallen collega’s, van
ochtend hier aanwezig mag zijn en bij deze gelegenheid een woord mag spreken.

De reden van zowel de straatnaamgeving alsook de onthulling van het gedenkteken is gelegen in de periode ’40-’45. Zeer recent is een boek verschenen over de vaak ook bedenkelijke rol van de politie in oorlogstijd. Tijdens gesprekken met oudere collega’s is mij vaak gebleken dat zij veelal met gemengde gevoelens naar deze periode terugzien.

Het is van grote betekenis dat – terecht – bijzondere aandacht wordt geschonken aan 4 verzetsstrijders, die werkzaam waren bij de Nijmeegse politie. Voor vele aanwezigen, in denk hierbij in het bijzonder aan de nabestaanden van de omgekomen collega’s, en aan de verzetsvrienden, zijn het daadwerkelijk beleefde feiten.

Voor mij is de periode ’40-’45 een stuk geschiedenis, ik ben immers van een latere generatie. Wij kennen vandaag de dag ook vele problemen, doch deze zijn totaal niet vergelijkbaar met de problemen waarmee onze collega’s in de oorlogsperiode werden geconfronteerd. Die periode laat nog steeds littekens na ….

Het feit dat de omgekomen collega’s deel hebben uitgemaakt van hetzelfde politiekorps waar ik ook mag dienen, geeft mij het recht, of beter gezegd de ‘plicht’, om hierbij stil te staan.

 

De ”collega’s:

BEERMAN, toen 35 jaar oud en vader van 3 kinderen,

HENDRIKS, toen 29 jaar oud en vader van 2 dochters,

MARCUSSE, toen 41 jaar oud en vader van 7 kinderen,

OOLBEKKINK, toen 33 jaar oud en vader van 1 zoon,

hebben zich niet willen neerleggen bij het aan ons land opgedrongen onmenselijke systeem en kwamen daartegen ook daadwerkelijk in verzet, wat hen – helaas – noodlottig is geworden. Gelukkig weten wij dat deze collega’s zeer duidelijk steun vonden in hun geloof.

Al hetgeen gebeurd is (de feiten heeft u kunnen lezen in het programmaboekje dat u ontvangen heeft) verplicht ons hen niet te vergeten. Om die reden voel ik mij dan ook zeer verbonden met de nabestaanden. Zeer wrang is dat de verzetsactiviteiten eindigden met het fusilleren van deze verzetsstrijders, in de duinen van Overveen, in de ochtend van 6 juni 1944, de dag dat voor velen de bevrijding begon.

Wanneer u om u heen kijkt ziet u de Beermanstraat, Hendriksstraat, Marcussestraat en de Oolbekkinkstraat, als een postuum eerbewijs. Ook in ons politiebureau aan het Mariënburg (1987!) hebben wij een gedenkteken dat ons herinnert aan deze gebeurtenissen. Bovendien zijn de namen van genoemde collega’s zichtbaar aangebracht op diverse plaatsen in ons bureau. [lees: in de vier grote gangen van het toenmalig bureau]

Namens de Nijmeegse politie wil ik mijn erkentelijkheid betuigen voor het particulier initiatief vanuit de Nijmeegse samenleving dat geleid heeft tot deze straatnaamgeving. Voorts ben ik blij met het initiatief van een wijkbewoonster. Aan u is het te danken, dat in deze wijk een gedenkteken ter nagedachtenis aan onze 4 collega’s is geplaatst dat zo dadelijk door de burgemeester zal worden onthuld.

Moge in dit gedenkteken tevens tot uitdrukking komen dat de waarden, waarvoor zij destijds hun leven hebben gegeven, ook heden ten dage een bron van inspiratie zijn voor het werken van ons politiekorps, waarvan deze omgekomen collega’s deel uitmaakten.

Onthulling monument, gevolgd door Toespraak door Burgemeester Mevr. C.I. Dales

Dames en heren,

In de allereerste en in de allerlaatste plaats gaat het vanmorgen om vier námen. Het gaat om vier ménsen. En dan pas om vier Nijmeegse politiemensen, en om het gebeuren, waarvan zij slachtoffer zijn geworden. Ik ben er blij mee. Ik vind het goed, dat het Gemeentebestuur besloten heeft om de namen, zoals ze straks door de heer Visser genoemd zijn, aan straten te hechten. Ik vind het nog veel beter, dat mensen hier uit de wijk, uit deze straten, het initiatief genomen hebben om dat toch nog een veel zwaarder accent te geven. Want straatnamen zijn er tenslotte vele, en er zijn er ook vele aan Nijmegenaren gegeven. We hebben hier met een heel ander, een veel gewichtiger gebeuren nog te maken dan alleen het gedenken van namen van mensen in straten. En u hebt dat als bewoners van deze wijk goed begrepen en zo is het monument tot stand gekomen wat ik zojuist heb mogen onthullen. Ik had het nog niet eerder gezien, ik vind het een prachtig monument. Ik vind het mooi in zijn uitdrukkelijke opvallendheid, tegelijkertijd zijn grote bescheidenheid. En ik vind het mooi in zijn symboliek van de Pelikaan, met zijn enorme vleugels die als symbool van bescherming gelden met het verhaal rond de Pelikaan dat zegt, dat als de nood helemaal aan de man komt, hij zijn eigen bloed door het pikken met de snavel in zijn borst, geeft als voedsel voor dát wat hij beschermen moet. Daarmee, zou je kunnen zeggen, is heel veel gezegd, ook over de historie, en trouwens niet alleen over de historie. Maar ik denk dat het goed is om er even bij stil te staan, dat maar al te gauw het denken, het terugdenken aan en het denken over oorlog, al te gauw beperkt wordt tot militair geweld. Natuurlijk is dat vreselijk geweest. En natuurlijk weet iedereen, ook de toerist die hier komt en die zijn ogen niet helemaal in de zak houdt, dat Nijmegen tot op vandaag (1987!) sporen draagt van militair geweld. Maar er is meer. Lang voordat in Nederland, en zelfs lang voordat in Europa, sprake was van militair geweld, is er een voedingsbodem geweest, waarbij sommige mensen gedachten hebben kunnen ontwikkelen, en publiekelijk kunnen uiten, daar propaganda mee hebben kunnen maken, gedachten die inhielden dat “natuurlijk” niet alle mensen voor de wet gelijk zijn, dat “natuurlijk” sommigen niet alleen voor de wet niet gelijk zijn, maar zelfs minderwaardig zijn, dat het voor sommigen vanzelfsprekend was dat zij alles wat de aarde biedt, en alle rechten, voor zichzelf konden reserveren.

Die gedachten, als u daarvan wat studieus de historie leest, die gaan al veel verder terug, maar zij waren in Europa herkenbaar tenminste vanaf 1933, tenminste! En het feit dat die gedachten ontwikkeld werden en gepropageerd werden, heeft geleid tot pesterijen eerst, tot achterstelling, tot kwelling, tot het ontnemen van rechten, het ontnemen van goederen, het ontnemen van kansen, heeft geleid tot een willekeur, die nooit zou zijn opgehouden, als er geen verzet allerwegen was geweest. Het feit, dat die gedachten tenslotte ook, omdat ze verleidelijk zijn, door vele mensen zijn aangehangen, heeft ertoe geleid dat ook toen militair geweld heeft kunnen worden gebruikt. En naast het militair geweld, en zéér lang voorafgaand aan dat militair geweld, heeft de lijn gelopen van hoogmoedige gedachten, van het bepleiten, en het claimen, van het recht van de willekeur, van het ontnemen van het recht van iedere burger om mee te kunnen spreken over de gestalte van de samenleving, die heeft geleid tot kwelling, heeft geleid tot moord, en heeft geleid tot massamoord.

Daarom is het gevaarlijk wanneer we onze gedachten – en het zou ook onrecht zijn aan de namen van de vier Nijmeegse politiemannen die thans centraal staan – wanneer wij te makkelijk alleen maar zouden denken aan het militair geweld. Want nooit kunnen we zeker zijn, dat niet opnieuw mensen de kans krijgen om het claimen van het eigen recht, om het minachten en het verafschuwen en zelfs moorden van andere mensen, nooit kunnen we zeker zijn dat die gedachten niet wéér opkomen. En ze zijn, ook in Nederland, al lang weer opgekomen. En ik denk, dat wij de namen van de vier mensen pas écht eren, en ik denk, dat het monument van de Pelikaan pas wézenlijk tot zijn recht komt, wanneer in deze wijk, in onze stad, en in onze samenleving, de oplettendheid tegen gedachten die voor sommigen een verleiding inhouden, en die voor anderen onherroepelijk de dood betekenen, wanneer wij dáártegen waken. Pas dán zijn wij het erfgoed van die vier politiemannen waardig, en pas dán zullen wij achteraf het recht gehad hebben deze namen aan onze straten te geven en deze Pelikaan te hebben onthuld.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-

Toespraak door dhr. Marcusse,

namens de families van de vier, wegens verzetsactiviteiten gefusilleerde – Nijmeegse Politiemensen.

 

Mevrouw de Burgemeester, Mijnheer de Commissaris, betrokken familieleden, beste buurtbewoners, dames en heren,

Namens de families van de hier herdachte vier politiemannen wil ik graag een kort dankwoord uitspreken.

Elk jaar, aan de vooravond van Bevrijdingsdag, herdenken wij de vele gevallenen van de tweede wereldoorlog, samen met de Vereniging van Oud-Militairen, op de H. Landstichting. [Toelichting: Daar liggen drie van hen begraven, Oolbekking sr. ligt begraven op het Ereveld Op begraafplaats Jonkerbos]

Naast deze jaarlijkse herdenking wordt aan de gevallen politiemensen de herinnering levend gehouden door het feit, dat bij de nieuwbouw van het huidige (1987!) politiebureau, de vier hoofdgangen naar hen zijn vernoemd. Ook nu staan we bij een monument ter hunner eer.

Het verheugt ons dat, 42 jaar na de tweede wereldoorlog, de Gemeente het initiatief heeft genomen de straten in deze intieme woonwijk naar hen te vernoemen. Een bewoner vond de naamgeving alleen kennelijk niet voldoende. Zo kwam, door grote inzet, en met de hulp van de Gemeente Nijmegen, en natuurlijk de kunstenaar Ben van Pinxteren, dit prachtige gedenkteken tot stand. Een Pelikaan, als treffend symbool om deze mannen te eren, die hun leven gaven voor een toekomstig vrij leven.

U allen, die op enigerlei wijze bij de totstandkoming hiervan hebt meegewerkt, namens de vier families, hartelijk dank.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-

Afsluitend woord door Ceciel Rutten.

Dames en Heren,

Namens het openingscomité, bestuur en bewoners van deze wijk wil ik een woord van dank richten tot de vele, vele mensen, die ons de afgelopen maanden met raad en daad hebben geholpen om deze gebeurtenis van vandaag mogelijk te maken:

1. Het amateur-kunstenaars-echtpaar Leo en Berna Geijsberts, die ons op weg hielpen met de Pelikaan

2. De kunstenaar Ben van Pinxteren, die er in opdracht van de Gemeente Nijmegen, uiteindelijk de definitieve gestalte aan gaf.

3. De Nijmeegse Politie, die vandaag met een Cadi-wagen (= Cantine-Dienstwagen), gastheer wilde zijn voor alle wijkbewoners en overige belangstellenden, en Harry Dillerop van Politie-afd. Public Relations, die de lay-out van het programmaboekje verzorgde

4. Het Gemeente Bestuur, die de organisatie van dit ochtendprogramma mede financieel mogelijk maakte, door het verlenen van diverse faciliteiten. [Toelichting: met name 120 klapstoelen brengen en ophalen, 2x 3 vlaggenmasten met vlag Ned. – Nijmegen – Politie], drukken van programmaboekjes in Gemeentelijke Drukkerij, financiering van monument door Ben van Pinxteren, financiering van ontvangst van familie, overige nabestaanden en vele nog in leven zijnde mede-verzetslieden]

5. Al die wijkbewoners die ons hielpen en vandaag nog zullen helpen.

6. Mijn werkgever, in wiens tijd ik de afgelopen vijf maanden heel wat uren heb mogen besteden aan de organisatie voor vandaag.

Ik wens u allen nog een prettige dag en wel thuis.

 

 

 

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][/vc_section]